Kijk op het fotografisch universum door Erwin Puts
Blog
  • © 2005-2019 Erwin Puts Contact Me 0

Blog

When is a lens modern?

Wanneer is een objectief modern?
Die vraag kwam op nadat Stefan Daniel in een interview gezegd had dat alle moderne Leica M objectieven geschikt zijn voor de M10R. Modern staat voor nu en dat zou betekenen dat alleen de meest recente objectieven van de derde generatie (die met floating elementen en asferische vlakken, aldus Peter Karbe) geschikt zijn. De verwijzing van Daniel dat hij een ‘modern’ objectief als de originele Noctilux 1.2/50 mm geschikt vindt (met uitzondering van de hoeken dan) is daarmee in tegenspraak.
De oplossing is te vinden in het ontwerp proces. De klassieke objectieven werden berekend met de hand en de rekenlineaal. De formules waren bekend en de ontwerper plaatste de getallen in de formule en zo werd een straal berekend. Uiteindelijk werd via allerlei vuistregels de beeldkwaliteit bepaald.
De computer loste veel op: de formules werden in het rekentuig gestopt met de uitgangspositie en de uitkost waren weer getallen die met dezelfde vuistregels werden beoordeeld. Echt modern werden objectieven pas toen de MTF werd gebruikt als maatstaf om de vuistregels te vervangen en de computer voorzien werd van regels die naar een optimum, veelal de hoogste MTF waarden over het beeldveld, streefden. Dit is het belangrijkst: de optimalisatie regels die er van uit gaan dat er een bepaald getal te vinden is, dat aangeeft hoe de verschillende beeldfouten kunne worden gereduceerd tot een bepaalde waarde en kunnen worden gebalanceerd zodat ze elkaar opheffen. Als je deze regel toepast zijn alle Leica objectieven voor de M die na 1975 zijn gemaakt, ‘modern’. Japanse objectieven zijn dat al sinds 1965.
Let erop dat het ontwerp proces enkele jaren in beslag neemt en dat veel objectieven van een vorige generatie in productie blijven ook lang nadat er een nieuwe versie berekend is.
Samengevat
Objectieven van de eerste generatie: met de hand berekend door een ontwerper: M objectieven voor 1950
Objectieven van de tweede generatie: computer ondersteunde berekening door team: M objectieven voor 1975
Objectieven van de derde generatie: computer ondersteunde optimalisatie technieken en inzet van nieuwe technieken zoals floating elementen en asferische oppervlakken
Objectieven van de vierde generatie: ontwerp teams, die computer ondersteunde optimalisatie technieken gebruiken met inzet van veel lens delen, computer gestuurde assemblage techniek: nog niet voor M, maar wel voor SL/2


English version
When is an objective modern?
That question came up after Stefan Daniel said in an interview that all modern Leica M lenses are suitable for the M10R. ‘Modern’ stands for ‘now’ and that would mean that only the most recent third generation lenses (those with floating elements and aspherical surfaces, according to Peter Karbe) are suitable. Daniel's reference to a 'modern' lens like the original Noctilux 1.2/50 mm (with the exception of the corners then) contradicts this.
The solution can be found in the design process. The classic objectives were calculated by hand and the calculation ruler. The formulas were known and the designer placed the numbers in the formula and so a radius was calculated. In the end, the image quality was determined using all kinds of rules of thumb.
The computer solved a lot: the formulas were put in the calculator with the starting position and the results were again numbers that were judged with the same rules of thumb. Lenses only became really modern when the MTF was used as a yardstick to replace the rules of thumb and the computer was equipped with rules that aimed at an optimum, often the highest MTF values over the image field. This is the most important thing: the optimization rules that assume that there is a certain specified number, that indicates how the various image errors can be reduced to a certain value and can be balanced so that they cancel each other out. If you apply this rule, all Leica lenses for the M made after 1975 are 'modern'. Japanese lenses have been since 1965.
Note that the design process takes several years and that many lenses of a previous generation remain in production long after a new version has been calculated.
Summarized
Objectives of the first generation: calculated by hand by one single designer: M objectives for 1950
Objectives of the second generation: computer supported calculation by team: M objectives for 1975
Objectives of the third generation: computer assisted optimization techniques and use of new techniques such as floating elements and aspherical surfaces.
Objectives of the fourth generation: design teams using computer assisted optimization techniques, and use of many lens parts, computer-controlled assembly technique: not yet for M, but for SL/2.